Geschiedenis van de Nederlandse wijnbouw en van de Apostelhoeve

Waar in 1970 de wijngaard van de Apostelhoeve werd aangelegd, had­den al eerder druiven gestaan. De wijncul­tuur rond Maastricht is geen nieuw verschijn­sel. In de Romeinse tijd was het drinken van wijn in deze streken heel gewoon. Voor het be­wijs van een eigen inheemse wijncul­tuur moe­ten we wachten tot 871, wanneer een oor­kon­de ons atten­deert op een wijn­gaard bij de kapel van Sint-Salvator bij Aken. Wijngaar­den bij Maastricht worden vermeld in 968, als koningin Gerberga haar goederen laat beschrijven.
Een landschapsbeeld van Maastricht en omstreken uit de periode 1300-1500 maakt duidelijk dat de hellingen van Maas-, Geul- en Jekerdal gul voorzien waren van wijnpercelen.
Tot in de 15e eeuw kon de inlandse wijn nog concurreren met het gewone bier, maar toen dit door de toepassing van hop langer houd­baar en pittiger van smaak werd, begon de bloeitijd voor de brouwers en trokken de wijn­bouwers in de concurrentieslag aan het kort­ste eind. Een echte volksdrank zoals in Frank­rijk is de wijn hier nooit geweest. De ge­middelde consumptie bedroeg in de middel­eeuw­se Nederlanden niet meer dan 20 à 25 liter per hoofd per jaar.
In de 16e eeuw kwam daar een koudegolf bij, die omstreeks 1540 inzette en vanaf 1590 in hevigheid toenam. Deze “kleine ijstijd” en de verwoestende oorlogs­handelingen in de eerste decennia van de Tachtig­jarige Oorlog betekenden voor de wijnbouw de doodsteek.
Zo vermelden de kronieken van het XII Apostel­huis dat de wijngaard na 1581 werd opge­heven, en dat omstreeks 1600 bij de mo­der­ni­se­ring van de Apostelhoeve de wijn­gaard, die tot het midden van de 16e eeuw in gebruik was, werd opgeschoond.
Slechts hier en daar, bij enkele welgestelden en kerkelijke instellingen, leidde de wijnbouw nog een marginaal bestaan. Een uitzondering was de omgeving van Hoei; het prinsbisdom Luik bleef gevrijwaard van de verwoestende oorlogs­handelingen. Tot in de 19e eeuw was de landwijn in Hoei een ware volksdrank. Pas in 1946, meer dan drie eeuwen na het verdwijnen van de wijnteelt rond Maastricht, werd er de laatste wijngaard gerooid.

Eerste aanplant mei 1970 door Gouverneur Van Rooy en Burgemeester Baeten van Maastricht